COS 540 De controle van schattingen, met inbegrip van schattingen van reële waarde, alsmede van de toelichtingen daarop
COS 540 De controle van schattingen, met inbegrip van schattingen van reële waarde, alsmede van de toelichtingen daarop
ALGEMENE BEGRIPPEN EN DEFINITIES
Somminge beweringen of elementen in de financiële overzichten kunnen niet precies worden gewaardeerd, maar moeten worden geschat. De schattingsonzekerheid in die schatting hangt af van de aard en de betrouwbaarheid van de informatie die het management ter beschikking heeft om het maken van schattingen te ondersteunen. Hoe hoger deze onzekerheid, des te groter de risico’s op een materiële afwijking en de vatbaarheid ervan voor onopzettelijke of opzettelijke tendentie bij het management (gebrek aan neutraliteit).
Waarderingsdoelstellingen van schattingen zijn sterk afhankelijk van het toegepaste stelsel van financiële verslaggeving, denk bijvoorbeeld aan waardering tegen reële waarde.
Een schatting is een benadering van een bedrag als het niet mogelijk is om dat bedrag nauwkeurig te bepalen. Een bijzondere categorie hiervan zijn dus “schattingen van de reële waarde”. Het begrip schattingsuitkomst is het feitelijke bedrag dat voortvloeit uit de afwikkeling van onderliggende transactie(s), gebeurtenis(sen) of omstandigheid(heden) waarop de schatting betrekking heeft.
WAT MOET DE ACCOUNTANT DOEN IN DE RISICO-ANALYSEFASE?
In het kader van de werkzaamheden vanuit COS 315, moet de accountant inzicht krijgen in onderstaande zaken:
Welke eisen er gelden t.a.v. schattingen uit hoofde van de van toepassing zijnde verslaggevingsregels (inclusief toelichtingen) – evident van belang ook in relatie tot fair value vereisten
De manier waarop het management transacties, gebeurtenissen en omstandigheden bepaalt die aanleiding kunnen geven om schattingen op te nemen en toe te lichten. De accountant moet ook inzicht krijgen onder welke omstandigheden het management nieuwe schattingen zal maken, dan wel bestaande schattingen dient te herzien
De manier waarop het management de schattingen maakt, met aandacht voor:
- de methode (of het model) die/dat bij het maken van de schatting is gehanteerd
- de relevante IB-maatregelen
- de vraag of het management gebruik heeft gemaakt van een deskundige
- de vraag of er t.o.v. vorige verslagperiode een verandering in de methode is geweest en zo ja waarom / waarom niet
- de vraag of en zo ja hoe het management een inschatting heeft gemaakt van het effect van schattingsonzekerheid
De accountant moet de schattingsuitkomst die is opgenomen in de financiële overzichten, dan wel de latere herschatting ervan, beoordelen t.b.v. de huidige verslagperiode (ook wel back testing genoemd). Niet om in voorgaande verslagperioden gemaakte oordeelsvormingen ter discussie te stellen, maar wel om de kwaliteit van het schattingsproces te beoordelen.
Op basis van voorgaande moet de accountant de mate van schattingsonzekerheid evalueren, en waar van toepassing risico’s op een afwijking van materieel belang identificeren. In geval van een hoge schattingsonzekerheid, zijn dit significante risico’s.
HOE MOET DE ACCOUNTANT INSPELEN OP DE INGESCHATTE RISICO’S?
In het kader van de werkzaamheden vanuit COS 330, moet de accountant als volgt inspelen op risico’s:
Bepalen of het management de vereisten m.b.t. schattingen vanuit de van toepassing zijnde verslaggevingsregels passend heeft toegepast
…en de schattingsmethodes passend zijn, consistent zijn toegepast en of eventuele wijzigingen daarin ten opzichte van de voorgaande verslagperiode passend zijn in de gegeven omstandigheden
Bepalen of gebeurtenissen tot aan de datum van de controleverklaring nadere controle-informatie verschaffen m.b.t. de schatting
Toetsen hoe het management de schatting heeft gemaakt en de gegevens toetsen waarop die schatting is gebaseerd. Daarbij evalueert hij het volgende:
- is de gebruikte waarderingsmethode passend in de gegeven omstandigheden
- zijn de door het management gehanteerde veronderstellingen redelijk – in het licht van de waarderingsdoelstellingen van het stelsel van financiële verslaggeving
Toetsen van de effectieve werking van de IB-maatregelen m.b.t. de schattingswijze + uitvoeren van passende gegevensgerichte controles
Ontwikkelen van een puntschatting of een schattingsinterval om de puntschatting van het management te evalueren. Dit behelst het volgende:
- inzicht krijgen in de veronderstellingen / methode van het management, om vast te stellen dat zijn eigen puntschatting/interval rekening houdt met de relevante variabelen en om alle significante verschillen t.o.v. de puntschatting van het management te evalueren
- als hij een schattingsinterval hanteert: dit interval dusdanig verkleinen dat alle resultaten binnen het interval als redelijk kunnen worden beschouwd.
Hij moet tevens overwegen of specialistische vaardigheden of kennis m.b.t. één of meer aspecten van de schattingen vereist zijn
INSPELEN OP SIGNIFICANTE RISICO’S: VERDERE GEGEVENSGERICHTE CONTROLES
Zoals gezegd kan er in geval van schattingen snel sprake zijn van significante risico’s.
Dan moet de accountant de volgende zaken evalueren ten aanzien van schattingsonzekerheid:
De mate waarin het management alternatieve veronderstellingen of resultaten heeft overwogen, of iets breder: hoe het management bij het maken van een schatting is omgegaan met het fenomeen schattingsonzekerheid
De vraag of de door het management gehanteerde significante veronderstellingen redelijk zijn
Het voornemen van het management om bepaalde handelingen uit te voeren en de mogelijkheid van het management om dit ook daadwerkelijk tot uitvoer te brengen
Als de accountant concludeert dat het management de effecten van schattingsonzekerheid niet adequaat heeft aangepakt, dan moet hij een interval ontwikkelen om daarmee de redelijkheid van de schatting te evalueren
Dan moet de accountant de volgende zaken evalueren ten aanzien van criteria voor opname en waardering:
Controle-informatie verkrijgen over de beslissing van het management om de schattingen wel of niet in de financiële overzichten op te nemen, en
… over de gekozen waarderingsgrondslag voor de schattingen en of beide zaken in overeenstemming zijn met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.
De accountant moet altijd de redelijkheid van de schattingen (in de context van de van toepassing zijnde verslaggevingsregels) evalueren en afwijkingen vaststellen. Hetzelfde geldt voor de toelichtingen, waarbij hij in het geval van significante risico’s ook evalueert of de schattingsonzekerheid adequaat is toegelicht.
De accountant moet de oordeelsvorming en de besluiten van het management (rond de schattingen) beoordelen en vaststellen of hij indicaties ziet voor mogelijke tendentie. Als die er zijn, vormen die op zichzelf geen afwijkingen bij het trekken van conclusies over de redelijkheid van individuele schattingen.
Paragraaf A125 noemt de volgende voorbeelden van indicaties voor mogelijke tendentie:
Wijzigingen in een schatting of een schattingsmethode
Hanteren van eigen veronderstellingen van de entiteit voor reële waarde-schattingen, als die inconsistent zijn met waarneembare marktveronderstellingen
Kiezen op opzetten van significante veronderstellingen die leiden tot een puntschatting die gunstig is voor de doelstellingen van het manageent
Kiezen van een puntschatting die op een patroon van optimisme of pessimisme kan wijzen
AFRONDENDE FASE
De accountant vraagt van het management, of de met governance belaste personen, schriftelijke bevestigingen of het van mening is dat significante veronderstellingen die bij het schatten zijn gehanteerd redelijk zijn.
In de controledocumentatie neemt de accountant op:
De grondslag voor zijn conclusies omtrent de redelijkheid van de schattingen en de toelichtingen daarop, die aanleiding geven tot significante risico’s
Inidcaties voor mogelijke tendentie bij het management
HIGHLIGHTS UIT DE TOEPASSINGSGERICHTE TEKSTEN
Voorbeelden van schattingen
Niet alle schattingen hebben een hoge schattingsonzekerheid. De volgende voorbeelden geven aanleiding tot lagere risico’s op een afwijking van materieel belang:
Schattingen bij entiteiten die geen ingewikkelde zakelijke activiteiten hebben
Schattingen die heel vaak gemaakt worden en betrekking hebben op routinematige transacties
Schattingen die afgeleid worden van direct beschikbare gegevens, zoals rentevoeten of beurskoersen (“waarneembare” reële waarden)
Schattingen van reële waarden (volgens de verslaggevingsregels) die eenvoudig toegepast kunnen worden
Schattingen van reële waarden als het gehanteerde model algemeen bekend en aanvaard is, mits de veronderstellingen / inputs van het model waarneembaar zijn
Dit zijn voorbeelden van schattingen met een relatief hoge schattingsonzekerheid, vooral als ze gebaseerd zijn op significante veronderstellingen:
Schattingen die betrekking hebben op de uitkomst van een rechtszaak
Schattingen van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten (derivaten) die niet openbaar worden verhandeld
Schattingen van de reële waarde waarvoor een zeer gespecialiseerd model wordt gebruikt dat binnen de entiteit is ontwikkeld of waarvoor veronderstellingen / inputs bestaan die niet in de markt waarneembaar zijn
Aanvullende voorbeelden van schattingen (anders dan reële waarde-schattingen):
Voorziening voor dubieuze vorderingen
Incourantheid van voorraden
Garantieverplkchtingen
Afschrijvingsmethode of gebruiksduur van een actief
Voorziening voor de boekwaarde van een investering, bij onzekerheid m.b.t. de realiseerbaarheid ervan
Resultaat van langlopende contracten
Kosten die voortvloeien uit schikkingen en vonnissen (bij rechtszaken)
Voorbeelden van relevante interne beheersingsmaatregelen
De accountant moet inzicht verwerven in de relevante IB-maatregelen rondom schattinigsprocessen. Daarbij besteedt hij aandacht aan de volgende zaken:
Competentie van de personen die de schattingen maken
De wijze waarop het management vaststelt dat de gebruikte gegevens volledig, relevant en nauwkeurig zijn
De interne beoordeling en goedkeuring van schattingen, inclusief de gehanteerde veronderstellingen of inputs. Vindt dit plaats op de passende managementniveaus, of in voorkomend geval de met governance belaste personen
Functiescheiding tussen personen die de (onderliggende) transacties aangaan en de personen die verantwoordelijk zijn voor het maken van schattingen terzake. Denk aan een bank waar er speciale onafhankelijke afdelingen bestaan die prijsstellingen en reële waarden schatten en valideren van financiële producten, bemand door personen van wie de beloning niet is gekoppeld aan die producten
Als er schattingsmodellen gebruikt worden: IB-maatregelen rondom het ontwerp en ontwikkeling van het model, het gebruik maken van het model en het onderhouden en periodiek valideren van de integriteit van het model
VOORBEELD TENTAMENVRAAG
In de accounting manual van de groep waartoe KeT behoort, staat vermeld dat de grondslag voor waardering en resultaatbepaling, met betrekking tot de post onderhanden projecten, luidt conform IFRS. Voor de voorziening van de onderhanden projecten per balansdatum vermeldt het accounting manual de volgende grondslag:
De voorziening wordt bepaald per individueel project waarbij rekening dient te worden gehouden met de afspraken die met de betreffende opdrachtgever zijn gemaakt inzake meer- en minderwerk.
De voorziening bedraagt in ieder geval per project minimaal 5% van het brutobedrag onderhanden werk van het betreffende project (het brutobedrag onderhanden werk betreft de cumulatieve kosten gemaakt voor het onderhanden project vóór aftrek van de gedeclareerde termijnen en vóór aftrek van de voorziening).
De moedermaatschappij heeft de directie van KeT nadrukkelijk opgedragen om niet af te wijken van voornoemde waarderingsgrondslagen. Volgens de instructie van de moedermaatschappij dient KeT de accounting manual ook toe te passen bij het opstellen van de statutaire jaarrekening. Dat geldt ook indien de bepalingen in de accounting manual op bepaalde punten afwijken van IFRS.
Beschrijf de controlewerkzaamheden inzake de statutaire jaarrekening 2010 van KeT, die de accountant van KeT voor de post onderhanden projecten moet uitvoeren met inachtneming van de bepalingen van IFRS. Betrek in de controle naast de eindstand ook de volgende elementen:
• De beginstand en de mutaties.
• Het moment waarop de projectresultaten worden verantwoord.
• De voorziening voor verliezen op onderhanden projecten.